Rechtspraak
Uitspraakdatum
31-03-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2025:60
Zaaknummer
24-441/DH/DH
Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 31 maart 2025 in de zaak 24-441/DH/DH naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 4 september 2024 op de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 23 februari 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder. 1.2 Op 12 juni 2024 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K047 2024 van de deken ontvangen. 1.3 Bij beslissing van 4 september 2024 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. 1.4 Op 28 september 2024 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. 1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 17 februari 2025. Klager is – zoals door hem voorafgaand is medegedeeld – niet verschenen. Verweerder is in persoon verschenen. 1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 VERZET 2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat de voorzitter de zaak oppervlakkig en onprofessioneel heeft behandeld. De beslissing is niet voorzien van een motivering. De voorzitter heeft aangegeven dat verweerder een grote vrijheid toekomt om de belangen van eigen cliënten te behartigen, maar heeft niet uitgelegd wat hiermee bedoeld werd. Klager acht dit een onwenselijke traditie voor advocaten. Dat zou voorzichtig moeten worden gebruikt en er moet onmiddellijk worden gestopt met die brede denkwijze. Verweerder heeft klager beledigd en maakt zich schuldig aan smaad en laster, waarbij hij alleen uitgegaan van wat zijn cliënten hem hebben verteld, terwijl hij zelf geen eigen onderzoek heeft gedaan. Klager verzoekt opnieuw om naar de foto’s in het dossier te kijken. 2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT 3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING 4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Hoewel klager het niet eens is met de grote mate van vrijheid die aan advocaten toekomt, is dat het toetsingskader zoals dat volgt uit de vaste rechtspraak van het Hof van Discipline. De voorzitter heeft haar oordeel verder ook gemotiveerd, in overweging 4.2 tot en met 4.4 van de beslissing. Klager is het daar niet mee eens, maar dat is onvoldoende om het verzet gegrond te kunnen verklaren. 4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. A.B. Baumgarten en W. Knoester, leden, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 31 maart 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 31 maart 2025