Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

10-02-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2025:41

Zaaknummer

24-901/AL/NN

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familiezaak kennelijk ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 10 februari 2025 in de zaak 24-901/AL/NN

naar aanleiding van de klacht van:

 

klager 

over

verweerder

 

De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) van 5 december 2024 met kenmerk 2024 KNN024 / 2314885. 

 

1    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1    Klager is gehuwd geweest. Tijdens het huwelijk is pensioen opgebouwd. Verweerder stond de voormalig echtgenote van klager op toevoegingsbasis bij in een zaak aangaande de verdeling van het opgebouwde pensioen. 

1.2    In 2021 is er gecorrespondeerd tussen klager en verweerder over onder meer de contante waarde van het opgebouwde pensioen. Er was onduidelijkheid over de waarde van de pensioenopbouw en partijen konden het hier niet over eens worden. 

1.3    Op 3 mei 2022 heeft verweerder een dagvaarding uitgebracht aan klager. Primair werd uitbetaling van de contante waarde aan de vrouw gevorderd. De rechtbank heeft € 1.301,- aan griffierecht geheven, op basis van deze vordering (met een bepaalde waarde). 

1.4    Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft klager zich gewend tot mr. B. Bij brief van 11 juli 2022 heeft mr. B bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het door de rechtbank geheven griffierecht. 

1.5    Mr. B heeft in haar brief van 20 september 2022 aan verweerder onder meer een verrekening voorgesteld ten aanzien van de griffierechten. Partijen hebben vervolgens onderhandeld en overeenstemming bereikt over de verrekening van het ouderdomspensioen, de indexering en de betaling van de achterstand. De verrekening van het griffierecht is geen onderdeel geworden van de overeengekomen regeling. De overeengekomen regeling is opgenomen in het vonnis van 1 februari 2023. 

1.6    Op 3 mei 2023 heeft verweerder het volgende geschreven aan mr. B: “Ik heb u op 17 februari laten weten dat uw client de betalingen van uitermate kinderachtige opmerkingen voorziet, maar ook dat hij niet conform afspraak de betalingen verricht. Uw client blijft echter doorgaan. Cliënte is er wel klaar mee. Wanneer uw client met ingang van komende maand niet de betalingen verricht conform afspraak en hij niet de te weinig betaalde bedragen heeft voldaan zal cliënte het vonnis aan de deurwaarder sturen ter betekening en zo nodig executie. Wellicht kunt u uw client wijzen op de kosten waarmee hij dan zal worden geconfronteerd.”

1.7    Klager reageerde per mail van 5 mei 2023 als volgt: “Omdat de zaak is afgesloten vertegenwoordigd [mr. B] mij niet meer, ik verzoek u dan ook om de correspondentie via mij te laten verlopen. (…)”  

1.8    Verweerder heeft dezelfde dag als volgt geantwoord: “In het vonnis wordt gesproken over termijnen van € 100,- per maand en termijnen van € 60.67; welke inmiddels zijn geïndexeerd. Dit lijkt mij toch vrij duidelijk. Ik merk voor de goede orde op dat ik niet voornemen ben om opnieuw een hele discussie te voeren. Wanneer u meent te moeten blijven treiteren dan kan het zijn dat cliënte de afweging maakt dat zij het vonnis laat betekenen. Wanneer u het daar dan niet mee eens bent dan zoekt u maar juridische bijstand. Ik heb een overzicht bijgevoegd dat ik van cliënte ontving: (…)”

1.9    Op 2 februari 2024 heeft verweerder het volgende aan klager geschreven: “Op verzoek van cliënte stuur ik u bijgaand (*) een overzicht van de door u verrichte betalingen. U betaalt te weinig, u voert de verhogingen niet door en u blijft volhardend in het vermelden van vervelende en kwetsende opmerkingen. Onder verwijzing naar het overzicht verzoek ik u om de achterstand die blijkt uit het overzicht binnen een week na heden aan cliënte te voldoen en om in het vervolg stipt en tijdig aan uw verplichtingen te voldoen. U dient dan uiteraard ook het aangepaste bedrag te voldoen. Ik verzoek u voorts nogmaals om de kwetsende opmerkingen achterwege te laten. Bij niet betaling binnen de hiervoor genoemde termijn zal cliënte de vordering uit handen geven aan de deurwaarder ter incasso. Voor de goede orde merk ik op voorhand op dat ik geen zinloze discussie met u zal aangaan, deze mag u dan voeren met de deurwaarder.”

1.10    Klager reageerde dezelfde dag met de mededeling niet gevoelig te zijn voor dreigementen van verweerder. 

1.11    Op 15 februari 2024 is het vonnis van 1 februari 2023 aan klager betekend. Op het betekeningsexploot staat het nummer van de aan de vrouw verleende toevoeging vermeld. 

1.12    Op 21 februari 2024 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder. 

1.13    In het klachtdossier bevindt zich een door klager overgelegde brief van 3 mei 2024 aan klager. In deze brief staat dat aan het op 15 februari 20234 betekende vonnis een gebrek kleefde en dat dit met de betekening van een herstelde grosse op 12 maart 2024 is hersteld. Uit de brief blijkt verder dat de kosten van betekening op 15 februari 2024 niet bij klager in rekening zijn gebracht. 

 

2    KLACHT

2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a)    ten onrechte te dreigen met betekening van het vonnis. 

Toelichting Verweerder heeft ten onrechte op het privé e-mailadres van klager gedreigd met betekening en executie van het vonnis bij het niet of onjuist nakomen van de verplichtingen. Deze dreigingen zijn vervolgens niet direct ten uitvoer gebracht. Dit heeft geleid tot onrust en medische klachten. Echter op 15 februari 2024 stond er wel ineens een deurwaarder voor de deur. Ondanks dat klager vanaf 1 november 2022 maandelijks betaalde, conform het vonnis, bleef verweerder vanaf de aanvang van de procedure tot 2 februari 2024 steeds dreigende taal uiten en pogen de kosten voor klager zo hoog mogelijk te maken.

b)    ten onrechte primair uitbetaling van de contante waarde van het pensioen te verzoeken. Hierdoor is klager onnodig geconfronteerd met hogere griffierechten.

Toelichting  Het opgevoerde hoge bedrag van griffierechten is onterecht en onnodig. Uitkering van de contante waarde van pensioenvereffening is niet mogelijk, omdat de uitkeringen maandelijks plaatsvinden. Hiermee heeft verweerder geen oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager en is daarmee voorbijgegaan aan een gedragsregel van advocaten.

c)    Een onjuist vonnis te laten betekenen. 

Toelichting  Het vonnis dat verweerder ter betekening heeft aangebonden bij de gerechtsdeurwaarder had niet betekend mogen worden omdat het vonnis niet correct was gewaarmerkt.

d)    Verweerder heeft ten onrechte de betekeningen uitgevoerd onder vermelding van de toevoeging.

Toelichting  Beide betekeningen zijn door verweerder uitgevoerd onder vermelding van een toevoeging. In geval van een deurwaarder, moet er een verzoek gedaan worden voor een nieuwe toevoeging.

 

3    VERWEER

3.1    Verweerder heeft tegen de klacht gemotiveerd verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

 

4    BEOORDELING

Maatstaf

4.1    Uitgangspunt is dat aan de advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt. Deze vrijheid, die mede voortvloeit uit de kernwaarde partijdigheid als bedoeld in artikel 10a Advocatenwet, mag niet ten gunste van een tegenpartij worden beknot, tenzij diens belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. Deze vrijheid vindt haar begrenzing in de plicht van de advocaat zich te onthouden van (feitelijke) stellingen waarvan hij de onjuistheid kent of redelijkerwijs kan kennen. De ratio van deze beperking van bedoelde vrijheid van de advocaat is, dat de rechter en de wederpartij door de onware feiten niet worden misleid. Daarbij moet wel in het oog worden gehouden dat de advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid van dat feitenmateriaal en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. Daarnaast mag een advocaat zich niet onnodig grievend uitlaten over de wederpartij van zijn cliënt. Daarbij moet een advocaat in familiekwesties als de onderhavige in het algemeen waken voor onnodige polarisatie tussen de ex-echtelieden. Van een advocaat mag een bepaalde mate van terughoudendheid worden verwacht, juist omdat ook andere belangen in die procedure een grote rol kunnen spelen, met name belangen van kinderen.

Klachtonderdeel b)

4.2    Verweerder heeft aangevoerd dat het de wens was van de vrouw om de contante waarde te vorderen, zodat partijen na betaling definitief van elkaar verlost zouden zijn. 

4.3    De voorzitter is van oordeel dat het verweerder vrij stond om aan deze keuze van de vrouw gehoor te geven. Dat dat leidde tot een hoger bedrag griffierecht dan wanneer was gekozen voor een vordering van onbepaalde waarde, maakt deze keuze niet onbetamelijk. Klachtonderdeel b is kennelijk ongegrond.  Klachtonderdeel a) en c)

4.4    In mei 2023 en februari 2024 heeft verweerder klager verzocht om de betalingsafspraken stipt en volledig na te komen. Toen het verweerder duidelijk werd dat mr. B niet meer optrad voor klager, heeft hij klager rechtstreeks benaderd. Klager had daar ook om verzocht. Het stond verweerder aldus vrij om klager rechtstreeks te benaderen. De toon van de berichten van verweerder aan klager was soms stevig, maar naar het oordeel van de voorzitter passend in de context van het geschil en niet bedreigend of anderszins onbetamelijk.

4.5    Klager stelt in de kern dat hij de regeling met de vrouw nakwam en dat verweerder daarom niet mocht overgaan tot betekening van het vonnis. De voorzitter wijst erop dat de tuchtrechter slechts oordeelt over de vraag of een advocaat betamelijk heeft gehandeld. De tuchtrechter oordeelt niet over het onderliggende geschil. Dat betekent in deze zaak dat niet beoordeeld zal worden of klager aan zijn betalingsverplichtingen jegens de vrouw heeft voldaan. 

4.6    De voorzitter overweegt dat verweerder mocht afgaan op de informatie die de vrouw hem verstrekte over het betalingsgedrag van klager. De voorzitter heeft geen grond om aan te nemen dat het verweerder wist of moest weten dat de door de vrouw verstrekte informatie niet juist was. Gelet daarop stond het verweerder vrij om, namens de vrouw, maatregelen te nemen om klager tot nakoming te bewegen en de deurwaarder te verzoeken het vonnis van 1 februari 2023 te betekenen.    . 

4.7    Uit de feiten blijkt dat er inderdaad een gebrek kleefde aan het op 15 februari 2024 betekende vonnis. De voorzitter kan niet vaststellen dat dit het gaat om een door verweerder veroorzaakte fout. Daar komt bij dat de fout in maart 2024 is hersteld en dat de kosten van de eerste betekening niet bij klager in rekening zijn gebracht. Klager is door de gang van zaken dus ook niet in zijn belangen geschaad. 

4.8    Uit het voorgaande volgt dat klachtonderdelen a en c kennelijk ongegrond zijn. 

Klachtonderdeel d)

4.9    Op de betekeningsexploten van 15 februari 2024 en 12 maart 2024 is het nummer vermeld van de aan de vrouw verleende toevoeging. De vrouw was ook de opdrachtgever tot betekening. Met de vermelding van het nummer is klager bovendien niet in zijn belangen geschaad. Klachtonderdeel d is kennelijk ongegrond. 

 

BESLISSING

De voorzitter verklaart:  de klacht in alle onderdelen, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.

Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, voorzitter, bijgestaan door mr. A. Tijs als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2025.

Griffier         Voorzitter

 

Verzonden op : 10 februari 2025