Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

17-06-2024

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2024:168

Zaaknummer

240085

Inhoudsindicatie

Hoger beroep tegen een ongegrond verklaard verzet niet-ontvankelijk

Uitspraak

     Beslissing van 17 juni 2024 in de zaak 240085 naar aanleiding van het hoger beroep van:

 

klaagster

 

tegen:

 

verweerder

 

1    DE PROCEDURE

 

Bij de raad 1.1     Het hof verwijst naar de beslissing van 27 maart 2023 van de voorzitter van de Raad van Discipline (hierna: de raad) in het ressort Amsterdam. De voorzitter heeft met die beslissing de klacht van klaagster tegen verweerder (zaaknummer: 23-134/A/A) kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is onder nummer ECLI:NL:TADRAMS:2023:57 op tuchtrecht.nl gepubliceerd. 

1.2    Klaagster heeft tegen deze beslissingen verzet ingesteld. De raad heeft in een beslissing van 11 september 2024 het verzet van klaagster ongegrond verklaard (hierna: de beslissing op verzet). De beslissing op verzet is onder nummer ECLI:NL:TADRAMS:2023:167 op tuchtrecht.nl gepubliceerd.

Bij het hof 1.3    Het beroepschrift van klaagster tegen de beslissing op verzet is op 8 maart 2024 ontvangen door de griffie van het hof. Verder bevat het dossier van het hof de stukken van de raad, de e-mail van 15 maart 2024, met bijlage, van klager en de e-mail van 4 april 2024 van verweerder. 

1.4    De zaak is in raadkamer behandeld.

 

2    BEROEPSGRONDEN

 

2.1    Het beroep van klaagster is gericht tegen de beslissing op verzet. Klaagster stelt dat de raad geen deugdelijk onderzoek heeft uitgevoerd. Klaagster verzoekt het hof dit alsnog te doen en de beslissing van de raad te herzien. 

 

3    BEOORDELING

 

3.1    Klaagster is op twee gronden niet-ontvankelijk in haar beroep. Het hof licht dit als volgt toe.  

Beroep te laat 3.2    In artikel 56 lid 1 van de Advocatenwet is bepaald dat de verweerder gedurende dertig dagen na verzending van de beslissing van de raad hoger beroep kan instellen tegen die beslissing. 

3.3    De beslissing op verzet is door de raad verzonden op 11 september 2023. Dit betekent dat klaagster tot en met 11 oktober 2023 de tijd had om beroep in te stellen. Het hof heeft het beroep van klaagster echter pas op 8 maart 2024 ontvangen. Klaagster is in de gelegenheid gesteld om uit te leggen waarom zij te laat was met het instellen van beroep, maar heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Klaagster heeft aldus geen gronden aangevoerd die naar het oordeel van het hof kunnen leiden tot de conclusie dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

Geen doorbreking appelverbod 3.4    In artikel 46h lid 7 van de Advocatenwet is bovendien bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een beslissing van de raad waarbij het verzet tegen een voorzittersbeslissing niet-ontvankelijk of ongegrond is verklaard. Er kan een uitzondering op deze regel worden gemaakt, als de procedure bij de raad geen eerlijk proces betrof doordat bij de behandeling van het verzet door de raad een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Dan kan het appelverbod worden doorbroken. 

3.5    De door klaagster aangevoerde beroepsgronden zien uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Dergelijke beroepsgronden leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod (vergelijk: HvD 28 augustus 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:168, ECLI:NL:TAHVD:2017:169 en HR 23 juni 1995, NJ 1995/661). Dit betekent dat geen sprake is van gronden voor doorbreking van het appelverbod. 

Slotsom 3.6    Klaagster kan gelet op het voorgaande niet in hoger beroep worden ontvangen.

4    BESLISSING

 

Het Hof van Discipline:

 

verklaart het beroep van klaagster niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gewezen door mr.  J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. V. Wolting en J.H. Brouwer, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Tijs, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2024.  

griffier    voorzitter             

De beslissing is verzonden op 17 juni 2024.