Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

17-06-2024

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2024:173

Zaaknummer

240108

Inhoudsindicatie

Beklag op grond van artikel 13 te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Beslissing van 17 juni 2024 in de zaak 240108 naar aanleiding van het beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet van:

 

klager

 

tegen:

 

de deken

 

1    DE PROCEDURE 

 

Bij de deken 1.1    Klager heeft bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet. 

1.2    De deken heeft dit verzoek afgewezen met de beslissing van 22 februari 2024. De deken heeft aan de afwijzende beslissing ten grondslag gelegd dat in de kwestie waarover het gaat bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is en dat klager ook overigens geen te rechtvaardigen belang heeft bij aanwijzing van een advocaat. 

Bij het hof 1.3    Klager heeft op bij brief van 3 april 2024 een beklag tegen de beslissing van de deken ingediend bij het Hof van Discipline (hierna: het hof). Het beklag is op 8 april 2024 ontvangen door de griffie van het hof.

1.4    Verder bevat het dossier: -    de e-mail van 30 april 2024, met bijlagen, van klager; -    het bericht van 15 mei 2024 van de deken.

1.5    Het hof heeft de zaak behandeld in raadkamer. Het verzoek van klager om zijn beroep mondeling te behandelen is afgewezen. Het hof heeft namelijk eerst te beslissen over de ontvankelijkheid ervan en ziet geen grond om daarvoor een mondelinge behandeling te houden.

 

2    BEKLAG

 

2.1    Klager heeft aan zijn beklag ten grondslag gelegd dat, zakelijk weergegeven, hij door de beslissing van de deken wordt belemmerd in zijn vrije advocaatkeuze en wordt afgehouden van de rechtspraak.

 

3    BEOORDELING

 

3.1    In artikel 13 lid 3 Advocatenwet is bepaald dat binnen zes weken na bekendmaking van de beslissing van de deken beklag kan worden gedaan bij het hof. De deken heeft onderaan de beslissing van 22 februari 2024 ook geschreven dat de beklagtermijn van zes weken “loopt vanaf dagtekening van deze brief”.

3.2    De beslissing van de deken is op 22 februari 2024 verzonden. Dit betekent dat klager tot en met 4 april 2024 de tijd had om beklag in te dienen bij het hof. Het hof heeft het beklag van klager ontvangen op 8 april 2024 en dat is te laat. 

3.3    Klager heeft aangevoerd dat het “binnen het maatschappelijke verkeer normaal is dat je binnen een termijn hebt gereageerd als de dagdatum binnen de termijn valt en de brief binnen ongeveer 1 week binnen is”. Dit wordt volgens klager bevestigd door artikel 6:9 Algemene wet bestuursrecht. Dit verweer slaagt niet. Naar vaste jurisprudentie van het hof is de beklagtermijn van 6 weken is een harde termijn, hetgeen betekent dat het beklag binnen die termijn ter griffie moet zijn ontvangen. 

3.4    De enkele niet onderbouwde stelling van klager : “Mijn brief is door het hof ontvangen op 5 april 2024” kan, gelet op de in 1.3 vermelde datum, niet voor juist worden gehouden.

3.5    De stelling van verweerder dat hij om gezondheidsredenen niet tijdig beklag kon indienen slaagt evenmin. Klager heeft deze stelling naar het oordeel van het hof onvoldoende feitelijk onderbouwd. 

3.6    Het hof heeft aldus geen grond om vast te stellen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Klager is in zijn beklag niet-ontvankelijk. 

 

4    BESLISSING

 

Het Hof van Discipline:

 

- verklaart het beklag van klager tegen de beslissing van 22 februari 2024 van de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam niet-ontvankelijk. 

 

Deze beslissing is gewezen door mr. J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. V. Wolting en J.H. Brouwer, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Tijs, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2024.

griffier     voorzitter

De beslissing is verzonden op 17 juni 2024.